Gisteren was een breekpunt. Lichamelijk was het heel zwaar. Ik denk dat ik na een week hard werken in dit warme weer gisteren pas het gevolg ervan voelde. Mijn rug voelde gebroken aan. Ik viel twee keer in slaap terwijl ik eigenlijk maar even wilde liggen. Ondanks dit vond ik gisteren erg leuk. We gingen na het dorp in de berg ‘Lisha’ even afkoelen in het bergwater van YuHu, een miniwaterval. Dat was erg verkoelend.
Heel apart vond ik ook het oudste huis in Lisha, daar (zoals mijn oom zei) waar alle Hu’s die in Lisha wonen (en ook in YuHu, en vele andere die zich hebben verspreid over de wereld) hun wortels hebben. Dus ik ook. Onze eigen oude huis staat er ook nog. Oom woont in een zijwoning. Het is gamel, maar nog goed bewoonbaar. Leuk om het weer eens terug te zien.

Vandaag zijn we op de gelovige toer geweest. Om vijf uur in de ochtend opgestaan om naar de tempel te gaan buiten het dorp. Het was lekker fris en druk. Het is vandaag volgens de Chinese telling de eerste van de maand. De eerste en de vijftiende van elke maand is een beetje ‘heilig’. Daarna zijn we naar het nonnenklooster gegaan. Het klooster is al zo’n vijf honderd jaar oud en pas gerenoveerd. Alles ziet er goed uit. Er zijn in totaal vijf echte nonnen die daar wonen, en heel veel plaatselijke volgelingen. Best indrukwekkend hoe vroom de nonnen hun dagelijkse dingen doen.

Hoewel ik vaker in YuHu ben geweest, begrijp ik pas tijdens deze reis hoe alles hier ongeveer werkt. Alle oorspronkelijk Yuhunezen kennen elkaar. Ze zijn allemaal oud en hebben allemaal kinderen en kleinkinderen in het buitenland wonen. De andere mensen die hier wonen zijn vaak afkomstig van andere omliggende dorpen die heel arm zijn. Eerst dacht ik dat ze hier waren om zaken te doen (versmarkt, kleinhandel, bouwmarkt), maar blijkbaar zijn ze ook hier omdat de scholen in de omliggende dorpen allemaal zijn gefuseerd in de scholen van YuHu. Sommige gezinnen verhuizen dan hierheen en huren hier de oude huizen van de rijke Yuhunezen. Andere laten alleen het schoolgaande kind in YuHu wonen. De leraren (wel zeventig op de basisschool) komen allemaal van ergens anders vandaan. Ze werken in YuHu en wonen in het lerarengebouw van de school, soms met het hele gezin. Leraren die uit YuHu komen die zijn er niet. Vroeger waren het allemaal plaatselijke leraren, nu na alle leegloop naar grote steden en het buitenland zijn het allemaal ‘buitenstanders’. Het is jammer dat het nu zomervakantie is en dat we geen schoolgaande kinderen zien. Dat is toch iets wat mij heel goed bij is gebleven: het rode dasje, de weg naar de school (hoewel veranderd van omgeving), een bepaald lerares, geld vragen van opa voor schoolspullen en die opmaken aan snoepgoed, ontbijt uienkoek onderweg naar school, elastiek springen tijdens de pauzes enz. Hele kleine dingen die ik als herinneringen koesteren en met weemoed aan terugdenk.
