In mijn vorige familie bezoeken in Italie werd ik elke keer geconfronteerd met de leefomstandigheden van de Chinese familieleden in Italie. De eerste keer bleef ik logeren bij oudste tante. Ze woonden in een echte Italiaanse dorpje, in een krakkemikkige huisje van baksteen. Ik herinner me nog dat de woonkamer plaats had gemaakt voor de naai atelier. Er stonden een stuk of 10 naaimachinese in de kamer en een hele stapels stofstukken. Er werd aan de lopende band gewerkt. Als ik wakker werd waren ze allang al aan het werk en als ik ging slapen dan zaten ze nog steeds achter de naaimachines.
Ik deelde een bed met mijn zus en mijn nichtje. Als drie pubers in een kleine tweepersoonbed was het toen best gezellig. Maar het was toch vreselijk koud. Het was kerstvakantie en tante had geen verwarming in huis. Het oude huis was niet geisoleerd en dus sliepen we met dikke kleren aan. Ik wist nog dat opa en oma ook juist in Italie verbleven; een bezoek van 3 jaar werd het voor hen. Opa en oma waren voordat ze naar Italie gingen eerst een aantal maanden in Nederland geweest. In Nederland hadden ze bij ons goed te eten, een eigen slaapkamer en alleen vrije tijd om te gaan rusten. In Italie hadden ze geen privacy, hielpen ze mee met losse draadjes knippen van kledingstukken en voordat zij aan tafel gingen was al het eten al opgemaakt door de naai atelier werkers. Opa en oma werden ontzettend dun, daar schrok ik erg van. Ik had ontzettend meedelijden met hen, maar kon niks zeggen. Zodra ik iets zou zeggen dan zou dat een belediging voor tante zijn, als bij wijze dat ik zou bedoelen dat zij niet goed voor opa en oma zou zorgen.
Opa en oma hebben vaak genoeg gezegd dat hun tijd in Italie niet zo fijn was geweest. Ze zeiden zelf dat de levensomstandigheden in Italie toen nog slechter was dan in YuHu. Toen hadden ze ook gezien dat in het buitenland zijn eigenlijk alleen maar afzien betekende: hard werken en overleven. En meeste van het verdiende geld ging naar China: familie onderhouden en huizen bouwen.
Mijn indruk van Italie was toen dus ook niet goed. Ik was blij dat ik in Nederland terecht was gekomen. Ik kon me niet voorstellen om in die omstandigheden op te groeien. De tweede keer dat ik Italie bezocht ging ik naar derde oom. Toen had derde oom al een flinke som verdient met zijn naai atelier. Derde oom is iemand die 'intergreert' en werkte anders. Zodra hij genoeg geld had, had hij een mooie huis gekocht. In dat huis, wat meer leek op een villa had hij een naai atelier gevestigd op de begane grond. Op de eerste, en tweede verdieping werd er geleefd. Derde oom zag het kopen van het huis ook als een investering, maar het mooi inrichten, dat was weer niet nodig volgens hem. Dus veel meubels staan er nog steeds niet in. Derde oom sprak ook als weinige goed Italiaans, hij had ook goede banden met zijn opdrachtgevers en ging geregeld uit eten in Italiaanse restaurants: geldverspilling zouden andere Chinezen zeggen. Tijdens die tweede keer ging ik ook vierde oom bezoeken. Hij was nog maar enkele jaren in Italie en was net begonnen met een eigen naai atelier. 's Avonds bezocht ik zijn huis en ik was echt bewust dat ik echt in the middle of nowhere was. Toen ik binnen kwam was ik verbijsterd wat een groot verschil het was met het huis van derde oom. Vierde oom woonde in een bouwvallige huis. De naai atelier was ook aan huis en het jonge gezin bewoonde 1 slaapkamer. Zij hadden twee jonge kinderen en met zijn vieren sliepen zij op twee bedden. De andere kamers werden bewoond door medewerkers. De schrik zat er weer in. Ik vond het erg naar voor de jonge neefjes, maar derde oom zei dat het heel normaal was dat Chinezen zo leefden. Ik geloof dat vierde oom nog steeds in dat huis woont met zijn gezin.
Drie jaar geleden bezocht ik derde oom weer. De crisis had ook bij hem ingeslagen. zijn naai atelier lag zowat stil omdat er geen werk meer te krijgen was. Maar hij was nog optimistisch. Hij ging gewoon op zoek naar een andere manier om zaken te doen. En nu drie jaar later is hij nog steeds op zoek. Het is zwaar voor Chinezen in Italie. Werken in de Italiaanse arbeidsmarkt is niet weggelegd voor hen. Werken in naai ateliers verdient al lang niet meer zoveel als voorheen, als je al werk kan krijgen. Oom stimuleert nu ook zijn dochter goed haar best te doen op school zodat ze later niet in een naai atelier hoeft te werken.