Samenleven
We zijn weer begonnen met groepsportretten. Heerlijk, zo’n middag met veel verleidingskracht, moed en plezier, de wereld een beetje op stelten zetten en verrassen. We bezoeken de apotheek, de fietsenmaker, de kapsalon, de creche en de koersvolgers bij de bank, in de airco ruimte.
Later op de dag nemen we opa en oma mee naar de plek waar ze een van hun laatste familiefoto’s maakte, toen Fenmei hier nog woonde.

10 augustus
Tien voor vijf staat opa voor ons bed, eruit, naar de tempel. We zijn al eigenlijk laat, zegt opa. Op het weggetje door de rijstvelden komen we veel mensen tegen die er naar toe gaan, maar ook velen die terugkeren. In Yuhu is de dag al lang begonnen. Door de poort heen zien we een vuur van kaarsen, erachter een tafel waar druk wordt verkocht: wierook, kaarsen, allerlei papier. Bij de twee kaartlezers in het tweede tempelhuis gaan mensen even langs om hun toekomst in geluk, carrière of liefde te laten vertellen. De bezoekers bidden hier tot de goden voor de landbouw, voor het welzijn en de voorspoed van alle boeren en mensen in het dorp. We horen fikse knallen van vuurwerk. Het is vandaag een speciale dag, het is druk. Later blijkt bovendien dat er in het dorp een dodelijk verkeersongeluk is gebeurd; vandaag is het daarom een goede dag om de stilte en reflectie op te zoeken, hier in de tempel en later in het klooster. Vandaag zal niemand naar de waterval gaan om plezier te maken.
Aan het einde van alle ceremonie film ik een meisje met een bakje met een overgebleven kaars. Een man spreekt Fenmei hierop aan, omdat hij vindt dat wij lelijke dingen vastleggen en thuis in Nederland straks een negatief beeld zullen laten zien van China. We bezoeken ook niet eens de mooie, toeristische attracties in de omgeving. Dit heeft Fenmei al eerder te horen gekregen, en ze raakt een beetje geirriteerd. Meerdere malen moet ze uitleggen dat wij Yuhu juist mooi vinden en alleen maar mooie beelden maken. Fenmei heeft er zelf gelukkig totaal geen moeite mee, maar is wel een beetje bang dat men oma en opa hierop aanspreekt. In het klooster later op de dag is ook een mevrouw die we al een keer thuis hadden geportretteerd, die vertelt dat in het dorp hier een verhaal over gaat. Wordt het dagelijks leven en de omgeving die wij proberen vast te leggen, dan negatief beleefd? Het gaat meer om het gezicht, zegt Fenmei. Voor de mensen is de Westerse standaard mooier, beter, en daarom willen ze ook graag naar Europa, maar kunnen niet. We willen oma wat foto’s geven om aan buren en twijfelaars te laten zien hoe trots ze juist kunnen zijn.
We staan zo even stil bij Fenmei. Het gaat er niet om alles letterlijk te vertalen, van ons naar hen, en van hen naar ons. Er speelt zoveel meer. Al die doorgegeven normen en waarden, onuitgesproken gewoonten en tradities zijn zo van betekenis, en vooral hier in het oude China. Ik heb het gevoel dat wij vast maar 10% horen van wat de Chinezen die we ontmoeten, zeggen, en zij de helft van ons. In het vertalen zit zo veel meer. Het lijkt wel een aparte tussenwereld, en je moet toch maar verdomd goed zijn in invoelen en beleven, en dát vertalen. En is het zo dat vrouwen daar toch beter in zijn dan mannen? Daarom ‘Chinees Meisje’, daarom bevoelde ik al eerder dat de vrouwen, de Chinese vrouwen, de toegang zijn tot de Chinese gemeenschap. Zij zijn de sleutel in het samenleven en het samen rijker van elkaar worden.

Uit de tempel gaan we richting klooster. In de velden en in de rivier wordt gewerkt. De zon brandt op onze hoofden. Halverwege de brug - het is half zeven in de ochtend - klinkt de opera uit de ramen. Boven zit een hele mannenclub , allemaal withemden, achter de televisie. Om acht uur zijn we zoals afgesproken in het klooster om een speciale dienst bij te wonen.



