We lopen naar het postkantoor. Voor een huis is een altaar opgebouwd onder een donkerblauwe overkapping, drie Italiaanse jongens in zijden overhemden en op afgetrapte gympies hangen op een kruk erbij. Een kijkt onder z’n zonnebril wat verveeld naar wie voorbij komt. Een oudere man steekt naast hem een rotje af. Enkele buurvrouwen staan nieuwsgierig voor de deur. Een wijst mij naar binnen te gaan, en vooral naar achteren te lopen. Wanneer ik door de tweede deuropening binnen ga, sta ik tussen in witte gewaden geklede mensen, met een kap of punt-capuchon op hun hoofd. De mensen staan in de kleine ruimte op elkaar, voor een grote, ingelijste foto van oma die vandaag begraven wordt. Ik wordt gegrepen door de klaagzang. De man die zingt huilt, dan ingehouden, dan weer uitbundig. Door de familie en de gasten wordt gebogen, gebeden en verschoven, gezweet en meegehuild. Het gezang houdt minstens een half uur aan. In de kamer ademt men respect en dank, en ik voel het verdriet. Twee volle dagen 'vieren' Chinezen een begrafenis, en staat men stil en maakt men kabaal bij de dode, binnen en buiten het huis. Met een klein geluidsapparaatje neem ik op wat er hier en nu gebeurd: een prachtige zang vermengd met gefluister en geschuifel van de aanwezigen.
Als we ’s avonds op het bed van oma de klaagzang aan haar laten horen via de koptelefoon, roept ze direct bij de eerste klanken "verdriet, verdriet". Ze luistert gefascineerd, en ook met trots naar de dorpssgenoten. Oma verteld dat de vrouw 87 jaar geworden is en veel armoede heeft gekend. Haar levensverhaal is in de klaagzang opgenomen. Ik moet denken aan de wijze waarop wij in Nederland familie begraven. Veelal sober en kortstondig, eenzaam eigenlijk. Als wij hier eens iets van over kunnen nemen.
’s Avonds eten we alweer wat nieuws van oma: kleefrijst met dadels in het hart, ingepakt in bamboebladeren. Deze blijken afgekoeld dagen heerlijk te zijn, ’s ochtend en ’s avonds, overal tussendoor. Het eten van oma speelt onverwacht en onuitgesproken een hoofdrol deze week. Elke keer verrassend, vol van smaken, en eerlijk. Eten met stokjes draagt aan de puurheid bij; het geeft veel meer lucht dan de lepel in je mond. Chinezen proeven vooral vooraan op de tong. Ik beleef het smakken van oma en opa steeds meer als natuurlijk. Je gaat vanzelf meedoen. Zo worden meer onbekende gewoonten binnen een week een vanzelfsprekendheid.
15 augustus
Het is onze laatste avond. Na een fikse onweersbui is het wat afgekoeld, en zitten we met opa en oma op de stoep voor het huis het afscheid te delen. Wat een prachtstel is dit. En wat een dorp, elke dag van 6 uur (en soms eerder) tot ’s nachts 1 uur (en soms later) zijn we aan de slag geweest, zonder onderbreking de ene belevenis na de andere, Het dorp Yuhu in China is sensationeel door de manier waarop we hier kijken, en mee kunnen doen, samen met ons Chinees meisje, Fenmei.

16 augustus vertrek naar Nederland, afscheid van de straat en de hoofdrolspelers van 10 dagen Yuhu