

We logeren bij Derde Oom. In onze ogen in een kast van een huis, met een lap grond midden in Toscane, en van binnen, bijna geheel leeg. Er hangt of staat alleen het nodige. Beneden in het huis is een werkeloos naaiatelier. Derde Oom woont al vierentwintig jaar in Italie. Hij begon in een restaurant, en nam daarna de sprong zelf een naaiatelier te starten. Hij had in drukke tijden zeker zo’n 12 werknemers thuis werken. Samen met zijn vrouw kookte hij voor de werknemers, en ze hadden genoeg kamers boven in het huis, waar ze konden slapen. Iedereen in het atelier krijgt per stuk betaald, en een dag- en nachtproduktie is hier heel normaal. Werken tot de klus af is. Een negen tot vijf baan of weekend ‘vieren’; Chinezen kennen het niet. Derde Oom heeft één dochter van 14 jaar: Silvia, geboren in Italie. De kinderen van de familie Hu hier, hebben een Chinese en een Italiaanse naam. Gigi’s vrouw werkt op dit ogenblik in een ander naaiatelier en zal niet aanwezig zijn de komende dagen. Ze is intern, en we weten niet of ze nog wel komt, niemand weet het. Oom weet ook niet wanneer hij haar weer ziet. In het huis woont ook Derde tante, de jongste zus van de moeder van Fenmei. Zij kookt en runt het huishouden. Ze heeft ook een zoon van 22 jaar, maar die is veel uithuizig, studeert rechten 40 kilometer verderop, en brengt z’n vrije tijd vaak door bij een gepensioneerd docente, in de buurt.
Nu het crisis is, ligt het hele atelier stil. Derde Oom heeft ook geen zin meer in de textielbusiness. Hij opent zijn portemonnee om dit fysiek te tonen: eerst verdiende je een paar euro voor een truitje, nu krijg je er nog maar een paar centen voor. Hij droomt ervan, en denkt nu serieus veel na over een koffietentje beginnen, met sigarettenverkoop. Koffie en Chinezen, ligt toch niet heel voor de hand. Met oom Gigi maken we vaak even een stop voor koffie. Zelfs uit de automaten bij de textielfabrieken, kwam er echte Italiaanse espresso en capuchino.