'The Hu Family' - Chinees Meisje Den Haag                                                                                  Foto familie Dun - Chinees Meisje Amsterdam

Fototentoonstelling in Stadhuis (Atrium) en in de                                                                                                          in ontwikkeling

etalages van winkels in de Wagenstraat.

6-16 september 2011                                                                                                                                                                                

 

Foto familie Chan - Chinees Meisje Utrecht                                                                                                                          Chinees meisje Rotterdam

fototentoonstelling Volksbuurtmuseum & Kamer van Koophandel Wijk C                                    operawandeling Theater Walhalla Katendrecht

1 juni t/m 22 september 2010                                                                                                                                                           22 - 31 mei 2009

 

 

Een stuk geschiedenis over Chinezen in Nederland 

De eerste vestiging van Chinezen in Nederland op grotere schaal begon in 1911, in het jaar van de havenstakingen in Amsterdam en Rotterdam. In 1911 was er in Amsterdam en Rotterdam een conflict uitgebroken tussen de reders en vakbonden voor zeelieden over beloning en werkomstandigheden. Dit liep uit op een staking.

Bij deze gelegenheid werden de Chinese zeelieden voor het eerste massaal door de reders naar de Amsterdamse en Rotterdamse havens gehaald om te worden ingezet op Nederlandse stoomschepen als stakingsbrekers. Ze waren afkomstig uit Engeland, waar al sinds het midden van de 19e eeuw Chinese zeelieden in de grote havens van Londen en Liverpool werkzaam waren.

De Chinese zeelieden werkten meestal als stokers en als zogenaamde ‘tremmers’, mannen die kolen van het ruim naar de stookruimte sjouwden. Ze dienden op de grote stoomschepen van westerse stoombootmaatschappijen. Vooral het werk onderdeks bij de ovens was zwaar en ongezond en werd alleen gedaan door mannen met de laagste economische vooruitzichten, die genoegen namen met de laagste beloning.

Stakingsbreker en bereid om voor een laag loon te werken: dit alles maakte de Chinese zeelieden zeer onpopulair bij de Nederlandse collega’s, en vakbonden. Publicaties van de vakverenigingen voor zeelieden uit die tijd spraken van het ‘gele gevaar’ gevormd door de “klasseonbewuste, taaie-sobere, aanpasvermogende, klimaatproof, werkwillige spaarzame Chinese koelie”.

Vanwege de lage beloning bleven vele Chinese zeelieden in dienst, ook na de staking.

In de loop van de jaren twintig liep het aantal Chinese stokers steeds verder op. Bijna allen woonden in de tijd dat ze niet aangemonsterd waren in een van de zeemanslogementen (‘boarding houses’) van de Rotterdamse wijk Katendrecht en van de Amsterdamse volksbuurten rondom de Buitenbantammerstraat en de Nieuwmarkt. De woon- en levensomstandigheden van de mannen waren abominabel.

In het algemeen was het armoe troef in de huizen. Op zijn weblog (nu niet meer online) beschrijft geboren Katendrechter Alex Den Ouden, wiens vader enkele panden verhuurde, de situatie in zo’n huis, vol kakkerlaken en wandluizen.

De (Chinese) pensionhouder was meestal tevens de persoon, de ‘shippingmaster’, die voor de scheepvaartmaatschappijen complete Chinese bemanningen mocht werven. Een Chinese stoker of tremmer kon zonder de bemiddeling van de shippingmaster praktisch niet bij welk schip dan ook aanmonsteren. Dit systeem hield de zeeman in een ijzeren greep van de shippingmaster. Hij was wel gedwongen van zijn shippingmaster voedsel en onderdak af te nemen. Had hij tijdens zijn verblijf aan de wal geen geld, dan verstrekte de shippingmaster/logementhouder hem leningen voor voedsel en onderdak.


De afhankelijkheid van de shippingmaster voor werk en geld maakte hem kwetsbaar voor afpersing. Schulden die al maar opliepen in periodes van werkloosheid, belemmerden velen om vooruit te komen of nog wat geld naar de familie in het thuisland te sturen. Bij de slechte materiele omstandigheden kwam de verslaving aan opium, waarvan naar schatting meer dan de helft van de in de pensions verblijvende Chinezen slachtoffer was.


De economische crisis aan het eind van de jaren twintig en de overgang van stoomvaart naar diesel-aangegedreven schepen veroorzaakte massale werkloosheid onder de Chinese zeelieden.

Als Chinees hadden zij geen enkel recht op ondersteuning van de Nederlandse staat. Deze zag als haar voornaamste taak deze mensen, nu zij in haar ogen geen nut meer hadden, goedkoop het land uit te werken. Echter, als een reddende engel diende zich een recente uitvinding aan, het pindakoekje. Deze eenvoudig te produceren lekkernij werd voor velen in korte tijd een enigszins redelijk middel van bestaan. In vele delen van ons land werden ‘pindachinezen’, met hun blikken trommels op de buik een bekend verschijnsel.

Pindaman

De pindaman
(uit: Van Heek, 1936)

Naast de meestal uit de provincie Guangdong afkomstige zeelieden hadden zich intussen ook kleine handelaren, voornamelijk afkomstig uit de provincie Zhejiang (uit de omgeving van de stad Wenzhou; zie kaartje hierboven) in Nederland gevestigd, die zich eveneens vol op het venten van pindakoekjes stortten.

Lang profijt van deze nering hadden ze echter niet. Het was crisistijd, de nieuwigheid was van de pindakoekjes af, en er waren geruchten over onhygiënische toestanden bij de bereiding van de koekjes. IJverige dienaren van de staat waren bovendien van mening dat de pindakoekjesverkoop grensde aan bedelarij, en bovendien de plaatselijke middenstand beconcurreerde.
(lees hierover verder in het veelzeggende Geledraak.nl hoofdstukje met krantenberichten uit die tijd)

De overheid maakte steeds duidelijker dat ze van de pindachinezen af wilden. Dit is de Nederlandse overheid ook grotendeels gelukt. Zowel goedschiks (de mogelijkheid aan te monsteren op Noorse tankschepen zonder de mogelijkheid weer in Nederland af te monsteren) als kwaadschiks (regelrechte deportatie van vooral ouderen en zieken) werd de uitzetting volvoerd.

Voor de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een verklaarde uitzettingspolitiek ten aanzien van in het land verblijvende Chinezen. Dat deze houding ten goede is veranderd mag blijken uit de nieuwe politiek om juist het Chinese karakter van sommige Chinese wijken te koesteren. Zie bijvoorbeeld de naambordjes in Nederlandse steden zoals Den Haag en Amsterdam anno 2007.
Straatnaambordje met Nederlandse en Chinese tekst

 

 

 

 bron: www.geledraak.nl

 

Chinees Meisje op de facebook.